Wat is een ontembare geest?

Een definitie. Moed is de morele kracht waaruit je ondanks angst, conflict en tegenslag, handelt naar eigen opvattingen en geweten. Handelen uit moed leidt tot zelfbevestiging.

Aangaan wat je in het leven wilt of moet aangaan is zelden eenvoudig. Misschien vind je het eng, verwacht je tegenwerking, of ben je bang voor kritiek of dat iemand je uitlacht. Om het dan tóch aan te gaan, moet je moed verzamelen.

Als kind slapen in het donker met de bewegende schaduwen op de muur, vragen voor loonsverhoging bij die vervelende baas, toegeven dat je je beloftes niet waar kunt maken of gelogen hebt, vechten in een oorlog, iemand helpen die afgetuigd wordt. Trainen met de persoon die de hoogste band heeft, meedoen aan een wedstrijd, vragen durven te stellen tijdens de les, niet bang zijn om fouten te maken.

Door je angsten op te zoeken en te accepteren, door de conflicten aan te gaan die je nodig acht, door tegenslag te overwinnen, kom je tot een diep besef waarvoor je staat. Moedig zijn helpt je een eigen identiteit te ontwikkelen.

David en Goliath

Goliath was een enorme Filistijnse reus. De Filistijnen en de Israëlieten voerden in Bijbelse tijden oorlog tegen elkaar. Dan weer wonnen de Filistijnen, dan de Israëlieten.

Bij de Vallei van Elah kwamen de legers van de Filistijnen en de Israëlieten bij elkaar voor een grote veldslag. Ze wisten allemaal dat als die zou doorgaan, heel veel mensen om het leven zouden komen. Dus verzonnen de Filistijnen een oplossing: hun sterkste man zou tegen de sterkste man van de Israëlieten gaan vechten. De winnaar won de slag, de verliezer ging naar huis. Koning Saul van Israëlieten ging op zoek naar een goede krijger, en dat deden de Filistijnen ook. Saul schrok zich een hoedje toen hij zag wat de sterkste man van de Filistijnen was. Goliath was een reus van 3 meter!

Koning Saul was erg verbaasd toen hij David – een kleine herdersjongen – eraan zag komen lopen. David vroeg of hij tegen de reus mocht vechten. Hij zei dat God hem had gezegd tegen Goliath te vechten, en dat God hem zou laten winnen. Natuurlijk had Saul niet veel vertrouwen in de kleine herdersjongen; hoe kon die nou zo’n grote reus verslaan? Maarja, als God het had gezegd zou het wel zo zijn.

De volgende dag vond het gevecht plaats. Goliath kwam tevoorschijn in zijn glimmende harnas en met een enorme bronzen speer, helm en schild. David kwam in zijn herderskleding, met een slinger (een touw waar je stenen mee kon gooien om de schapen bij elkaar te houden). De Filistijnen lachten hem uit, en Goliath maakte grapjes, vervelende opmerkingen en lachte de herdersjongen uit. Maar het gevecht duurde niet lang! David pakte zijn slinger en slingerde de eerste steen richting de gigant. Tot ieders verbazing raakte David’s steen direct het hoofd van Goliath, recht tussen de ogen. Goliath viel op de grond en David hakte met Goliath’s zwaard zijn hoofd eraf.

De Filistijnen hadden nooit verwacht dat hun drie meter lange reus zou verliezen. Ze renden angstig naar hun huizen terug. De Israëlieten waren trots op David en vierden lange tijd feest. Nadat koning Saul was overleden werd David hun koning en regeerde lange tijd met grote wijsheid.

Veel enorme grote voorwerpen worden tegenwoordig Goliath genoemd (bijv. een grote achtbaan). We spreken nog steeds over een strijd tussen David en Goliath als een schijnbaar klein bescheiden persoon of kleine sportploeg het opneemt tegen een grotere (vaak rijkere) persoon of sportploeg.

Leonidas en de Slag bij Thermopylae

Leonidas, dat leeuwenzoon of ‘als een leeuw’ betekent, was een koning van Sparta. Leonidas is met name bekend als aanvoerder van de 300 Spartanen en de ongeveer 7000 andere Grieken die in 480 v.Chr. bij Thermopylae slag leverden met het invasieleger van de Perzische koning Xerxes I tijdens de tweede Perzische Oorlog.

In 490 v.Chr. versloegen de Atheense falanxen onder leiding van Miltiades bij Marathon het Perzische leger van koning Darius I. Vastbesloten om zijn vader te wreken en de Grieken voor eens en altijd in te lijven, trok Xerxes in 480 met zijn leger richting Griekenland. Volgens schattingen van de historicus Herodotus bestond de krijgsmacht van Xerxes uit 1.700.000 infanteristen en 80.000 man cavalerie, een leger zo groot ‘dat ze rivieren leegdronken’. In werkelijkheid bestond de horde uit ongeveer 290.000 man.

Leonidas verzamelde 300 van zijn beste hoplieten, stuk voor stuk mannen met zoons die oud genoeg waren om de familieverantwoordelijkheden op zich te nemen, mocht hun vader omkomen in de strijd. De andere Grieken brachten ongeveer 7000 man op de been. De Griekse strijdmacht, onder leiding van Leonidas, zette voet naar Thermopylae om daar de Perzen tegen te houden en zo te voorkomen dat Griekenland onder de voet werd gelopen.

Wilden de Perzen zuidwaarts Griekenland intrekken, dan moesten ze door de pas bij De Warme Poorten (Thermopylae), zo geheten vanwege de nabijgelegen vulkanische bronnen. Deze pas, met aan de ene kant een steile klif en aan de andere een dito berghelling, was zo smal dat er net twee strijdwagens naast elkaar konden rijden. Als er een plek was waar de Grieken, veruit in de minderheid, de Perzische koning konden tegenhouden, dan was het hier.

De Spartanen beschermden de bergpas met de door hun geperfectioneerde falanx (gesloten infanterieformatie). De overweldigende meerderheid van de Perzen werd teniet gedaan door het feit dat de Grieken niet konden worden omsingeld en ze de pas hermetisch afsloten met hun ondoordringbare falanx. Ook de Perzische elitetroepen, door Herodotus ‘De Onsterfelijken’ genoemd, wisten niet door de slagorde heen te breken. De eerste twee dagen sloegen de Grieken de continue frontale Perzische aanvallen af en doodden naar verluid 20.000 vijanden, waaronder twee broers van Xerxes. Zelf incasseerden de Grieken ongeveer 2.500 slachtoffers. Een van de Perzen zou de Spartanen hebben toegeroepen dat de zon zou worden verduisterd door hun ontelbare pijlen. Een Spartaan antwoordde hierop dat hij blij zou zijn in de schaduw te vechten.

Op de derde dag liep de Griek Ephialtes van de stam der Maliërs over naar de vijand. Hij vertelde de Perzische generaal Hydarnes dat er een bergpad was, bewaakt door slechts 100 man uit Fokis, dat de Perzen achter de Griekse linies zou brengen. Zo geschiedde, de Grieken zaten in de val. Toen Leonidas zich het verraad realiseerde, stuurde hij alle andere Grieken weg en bleef met zijn 300 Spartanen achter. 600 Thespianen onder leiding van Demophiles weigerden de Spartanen in de steek te laten. ‘Van nu af leefden ze met de Spartanen en zouden met hen sterven’, aldus Herodotus. Ook 400 Thebanen bleven. Thebe en Thespiai lagen vlakbij de Thermopylae: de Thespianen en Thebanen wisten dat dit hun laatste kans was te vechten voor het voortbestaan van hun steden en de levens van hun families.

Er zijn meerdere theorieën over waarom Leonidas de andere Grieken weg stuurde. De koning zou het verstandig achten om Griekse troepen te behouden voor toekomstige oorlogen met de Perzen. Of Leonidas zou zijn bondgenoten hebben weggestuurd om alle roem en glorie voor Sparta en Sparta alleen op te eisen. De Griekse historicus Herodotus oppert dat Leonidas zich de profetie van het orakel herinnerde en besloot dat de Spartanen zich moesten doodvechten: óf Sparta wordt verwoest, óf er sterft een koning. Leonidas zou op de laatste morgen hebben gezegd dat zijn mannen goed moesten ontbijten, omdat lunch zou worden geserveerd in de onderwereld.

De omsingelde Grieken vochten hard, lang en fel, maar de overmacht was te groot. De Spartaanse koning kwam om. Zijn lichaam werd door de hoplieten tot de laatste man verdedigd. Xerxes beval Leonidas te onthoofden en zijn lichaam te kruisigen, heiligschennis en in strijd met de hoplietencode van de Grieken. Het was gewoonte na een verloren slag de vijand toestemming te vragen de doden terug te halen van het slagveld en ze met militaire eer te begraven. Ook voor de Perzen was dit ongebruikelijk: normaliter werden opponenten die moedig hebben gestreden met respect behandeld.

Na Thermopylae stootten de Perzen door naar Athene en plunderden de stad. De bevolking was inmiddels gevlucht naar Salamis, waar de Perzen uiteindelijk zouden worden verslagen door de Griekse vloot in een beroemd geworden zeeslag. De doden bij Thermopylae kregen alsnog de eer die ze toekwamen en werden begraven. Pas veertig jaar na de slag werd het lichaam van Leonidas, de leeuwenzoon, overgebracht naar zijn stad en herbegraven.

Ontembare geest

Ondanks dat het van te voren al een besloten uitkomst lijkt te hebben, getuigd het van een ontembare geest door toch de strijd aan te gaan. Een ontembare geest wordt ook wel omschreven als een iemand met een sterke wil, of een moedige strijder wanneer deze wordt geplaatst tegen overweldigende tegenstander.

Zowel David als Leonidas waren beide mensen met ontzettend veel moed. Een serieuze Taekwon-do beoefenaar zal altijd bescheiden en eerlijk zijn. Als hij wordt geconfronteerd met onrecht, zal hij de strijd zonder enige angst of aarzeling aangaan, met een ontembare geest – ongeacht wie en hoeveel de aantallen ook mogen zijn.

De tenets van Taekwon-do

Baekjool Boogool (Onoverwinnelijke geest) is één van de tenets van Taekwon-do. De tenets zijn de morele waarden waar Taekwon-do beoefening op steunt. Als Taekwon-do beoefenaar wordt er van je verwacht om deze regels in acht te nemen als jij verder wilt komen in de beoefening van het Taekwon-do en je karakter wilt vormen.

Taekwon-do Jungshin – ook wel de geboden van Taekwon-do genoemd – bestaan uit Guk Gi (zelfbeheersing), Yom Chi (integriteit), In Nae (volhardendheid), Baekjool Boogool (Onoverwinnelijke geest) en Ye Ui (hoffelijkheid).


Bronnen:
http://www.idee-pmc.nl/mensbegrippen/moed.html
https://historiek.net/leonidas-koning-van-sparta/2276/

Leuk
Leuk Geweldig Grappig Verblufd Verdrietig Boos